English   Nederlands  

algemene informatie

biologische werking

electronische werking

functionele werking

detection limieten

Present IT 2 software

demonstraties

contact

In Situ
In Situ version

 

flow through
flow through version

 

 

Biologische werking.

De sensor van de MOSSELMONITOR® is de mossel zelf. De mossel detecteert de vervuiling en maakt dat kenbaar door een afwijkend gedrag te vertonen. Bij het normale bewegingspatroon van de mosselschelpen zullen de schelphelften gemiddeld ca. 70 - 80% open staan voor het opnemen van voedsel en zuurstof. Slechts af en toe zullen de kleppen sluiten waarna zij spoedig weer openen.

De bewegingen die de mossel kan maken ten gevolge van verschillende soorten en mate van verontreiniging zijn als volgt te onderscheiden:

Het gedrag van iedere mossel wordt apart gemeten en geëvalueerd. Hierdoor wordt voorkomen dat bij middeling van de meetgegevens door de van nature aanwezige variatie tussen organismen de gevoeligheid van het systeem wordt verlaagd.

Zowel zoet- als zoutwatermosselen zijn voor het systeem te gebruiken, bijvoorbeeld de zebramossel (Dreissena Polymorpha) , de schildersmossel (Unio Pictorum), de Zwanemossel (Anadonta Cygnea) of de gewone of blauwe mossel (Mytilus Edulis). Andere tweekleppigen kunnen echter ook met succes worden gebruikt.

Naast chemische componenten als verontreiniging in het water kunnen ook andere grootheden het gedrag van mosselen in meer of mindere mate beïnvloeden. Waar nodig dienen deze gemeten te worden. Te denken valt aan de temperatuur van het water, de zuurgraad, de troebelheid enz. In verband hiermee is een temperatuurmeting in de MOSSELMONITOR® ingebouwd.

 

 

Logo